Stage & Afstuderen

--Stage & Afstuderen
Stage & Afstuderen 2018-07-31T13:34:57+00:00

Stage en Afstuderen bij ACN?

Een van de pijlers van ACN is het actief ondersteunen van onderwijs en onderzoek binnen de luchtvrachtindustrie.
Wij bieden elk jaar een aantal afstudeerplaatsen aan voor studenten die zich willen verdiepen in de luchtvrachtbranche.
Op deze pagina vind je de profieleisen en komen afstudeerders aan bod over hun onderzoeksprojecten bij ACN.

Profielschets afstudeerders

Een stage of afstudeeropdracht bij ACN is alleen mogelijk als je in het derde studiejaar al stage hebt gelopen binnen de luchtvracht, bij voorkeur bij een expediteur of afhandelaar. Zo divers als onze leden zijn, zo uiteenlopend zijn ook onze stage- en afstudeeropdrachten. Je kunt bijvoorbeeld meewerken aan één van onze projecten, een marktonderzoek opzetten of betrokken zijn bij een opdracht bij een van onze leden. Een ding is zeker: voor talentvolle studenten liggen er talloze uitdagende mogelijkheden!

Al onze stages en afstudeeropdrachten zijn erop gericht je kennis en vaardigheden toe te passen en een meer verdiepend onderzoek te doen. Je krijgt de kans om in een korte tijd veel bedrijven op Schiphol te leren kennen en ook daadwerkelijk iets toe te voegen aan de luchtvracht industrie. Tijdens jouw stage of afstudeeropdracht word je uitstekend begeleid door onze ervaren medewerkers zodat je het beste uit jezelf en ACN kunt halen.

Iets voor jou?

Je bent een talentvolle student met een bijna afgeronde hbo/wo bachelor of master en je beheerst de Nederlandse en Engelse taal uitstekend. Stuur dan een mail naar info@acn.nl

Stage lopen bij ACN

Ruben de Boer over het opzetten van een nieuwe monitor voor de luchtvracht

Bij mijn Master Urban, Port and Transport Economics aan de Erasmus Universiteit Rotterdam had ik de keuze om stage te lopen voor mijn afstudeerscriptie. Hier heb ik gebruik van gemaakt door mijn scriptie bij ACN te schrijven van maart tot eind juli 2018, dit heeft mijn scriptie een stuk concreter en tastbaarder gemaakt.

Ik kwam bij ACN terecht door het nieuws over het tekort aan ruimte op Schiphol waarbij vracht harder geraakt werd dan passage door het verlies van slots. Hierbij was ik benieuwd wat de schade in toegevoegde waarde voor de Nederlandse economie zou zijn door het mogelijke uitwijken van vrachtvluchten naar het buitenland. Echter, bleek de toegevoegde waarde van luchtvracht nog niet bekend te zijn en was dit onderzoek nog niet haalbaar. De toegevoegde waarde en werkgelegenheid voor zeehavens wordt wel jaarlijks bijgehouden door de “Havenmonitor”, hiermee wordt er meer inzicht verkregen in ontwikkelingen en invloed van veranderingen van bijvoorbeeld regelgeving. Bij Schiphol zijn alleen het aantal (vracht) vluchten en aantal tonnen per jaar bekend, dit geeft veel minder informatie. Hierdoor is het idee ontstaan om een soortgelijke economische monitor op te zetten als de Havenmonitor, maar dan voor luchtvracht waarin jaarlijks de werkgelegenheid en toegevoegde waarde geschat wordt. Het doel van mijn onderzoek was om een methode te ontwikkelen waarmee een soortgelijke monitor opgezet kan worden en daarmee een eerste indicatie te doen voor de jaren 2010 en 2015.

Voor mij was zowel luchtvracht als het ontwikkelen van zo’n methode nieuw en heeft daarom wat voorbereiding nodig gehad door mijzelf in te lezen en veel mensen te spreken om hiermee bekend te raken. ACN kwam hierbij natuurlijk erg goed van pas om de keten van luchtvracht te begrijpen en de juiste connecties te leggen. Dit was erg belangrijk voor mijn onderzoek om te weten welke activiteiten meegenomen moeten worden voor het berekenen van de toegevoegde waarde en werkgelegenheid. Uiteindelijk heb ik methodes van eerdere onderzoeken naar toegevoegde waarde van bijvoorbeeld heel Schiphol met extra toevoegingen kunnen combineren tot een nieuwe methode voor luchtvracht. Hiermee is er een basis gelegd die verder verfijnd kan worden waarbij de punten voor verder onderzoek kunnen worden aangegeven. Daarnaast is met deze methode de toegevoegde waarde en werkgelegenheid geschat voor 2010 en 2015.

Tijdens mijn onderzoek heeft ACN meerdere geïnteresseerden geworven die (mogelijk) een deel willen bekostigen voor deze jaarlijkse monitor. De voortgang hiervan kreeg ik te horen tijdens mijn onderzoek, dit maakte het een stuk tastbaarder en leuker om aan het onderzoek te werken. Daarnaast heb ik voor deze groep (waaronder Schiphol en het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat) mijn resultaten mogen presenteren waarna nog een leuke discussie ontstond. Ik hoop natuurlijk dat deze monitor van de grond komt en nog vele jaren zal bestaan!

Al met al heb ik een erg fijne en leerzame tijd gehad bij ACN, zowel door de medewerkers bij ACN als het onderzoek zelf. Daarom wil ik jullie hiervoor enorm bedanken!

Ruben de Boer, Juli 2018

Rozemarijn Veldhuis – Milkrun export levert beperkte tijdsbesparing op, maar belooft toch meer

Van november 2017 tot en met juni 2018 heeft Rozemarijn Veldhuis bij ACN een onderzoek gedaan om haar master Business Analytics aan de Vrije Universiteit af te ronden. Dit onderzoek was gericht op het wegtransport van exportvracht tussen de 2e en 1e linie loodsen op Schiphol. Hier volgt een kort verslag.

“Al tientallen jaren speelt er het probleem dat er op piekmomenten lange wachttijden zijn voor transporteurs om de vracht te laden of te lossen bij de loodsen van de afhandelaars. De aan- en afvoer van luchtvracht is niet afgestemd op de capaciteit van de afhandelaars loodsen (dockdeuren en personeel). Om dit probleem te verminderen is enkele jaren geleden voor de import een Milkrun geïntroduceerd. Deze een Milkrun is een dienst van de afhandelaar die geselecteerde zendingen bij verschillende expediteurs aflevert via een rondrit.

In mijn onderzoek heb ik onder andere gekeken naar het effect van een export Milkrun op de transporttijden. Omdat ik geen achtergrond heb in de luchtvracht, stonden de eerste maanden vooral in het teken van het verdiepen in het probleem en het vergaren van basiskennis over de belangrijkste processen in de luchtvrachtketen. Dit heb ik gedaan door middel van het lezen van boeken en rapporten, de beschikbare kennis binnen ACN en bedrijfsbezoeken bij diverse leden.

Met name de bezoeken bij expediteurs, afhandelaars en wegtransporteurs gaven mij veel nieuwe kennis en inzicht in de huidige situatie op en rondom Schiphol. Op basis van de verkregen informatie over het huidige proces heb ik een versimpeld model opgesteld om de huidige situatie na te spelen, een zogeheten simulatiemodel. Dit model maakt het mogelijk om de prestatie te meten voor verschillende transport strategieën. Tot zover is in het model alleen de transporttijd bekeken, dit kan echter uitgebreid worden.

In mijn erg versimpelde model met slechts één afhandelaar, twee expediteurs en relatief weinig zendingen komt naar voren dat een Milkrun export een tijdsbesparing van 1% oplevert ten opzichte van de huidige situatie. Gezien de kleine setting van het onderzoek, is dit toch een veelbelovend resultaat! In de toekomst zou dit simulatiemodel uitgebreid kunnen worden om het realistischer te maken voor de situatie op Schiphol. Het onderzoeksverslag is hier te lezen.

Het afstuderen bij ACN was een zeer leerzaam project, waarin ik een kijkje heb mogen nemen in de luchtvrachtwereld. Ik wil alle medewerkers van ACN en bedrijven ontzettend bedanken voor de tijd en medewerking. Dit heeft ervoor gezorgd dat mijn onderzoek succesvol is verlopen.”

Rozemarijn Veldhuis, juli 2018

Flavia Buso – Milkrun process can be further improved if forwarders expedite shipment delivery selection

In collaboration with ACN, Master student Flavia Buso from the University of Mannheim (Germany) shed new light on the Milkrun with her graduation thesis. The study, conducted over a 4-month period, revolves around ground operations for Milkrun import shipments and seeks to address how to effectively reduce delays in shipment delivery. The problem is examined by using a simulation model of the Milkrun service process, specifically developed based on ground operations at Menzies Aviation. The main findings and recommendations from the study are summarized below in 5 key take-aways.

1.    The most effective process improvement can be realized if forwarders comply with the given time frame for shipment delivery selection.
2.     Further performance improvement can be achieved by guaranteeing perfect shipment data at least 1.5 hours before ATA.
3.     Sending all Milkrun requests much earlier than 2.5 hours after ATA adds limited value.
4.     Additional trucks allocated for delivery are beneficial, but add less value than selecting shipments on time.
5.     The Key Performance Indicator for lead time should be modified to monitor service quality more accurately.

The full master thesis is available at the following link: Analyzing the “Milkrun” Service Process for Inbound Freight at Schiphol Airport with Queuing Theory and Simulation
A demonstration of the simulation model and the experiment developed with AnyLogicTM can be found here: Simulation model, Simulation experiment (avi video format)

Flavia Buso, augustus 2017

Tom

Tom Hoogschagen over de Milkrun export

Ter afsluiting van de opleiding Aviation Logistics heb ik het afgelopen jaar bij ACN mijn afstudeeronderzoek uitgevoerd. Gezamenlijk met Jasper Snels was ons onderzoek gefocust op de Milkrun. Jasper deed onderzoek naar optimalisatie van het huidige Milkrun proces. Het doel van mijn onderzoek was het analyseren van de haalbaarheid en de mogelijkheden voor een Milkrun op export.

Door mijn werkervaring bij Panalpina ben ik bekend geraakt met het Milkrun concept. De Milkrun is een innoverend concept op Schiphol, daarom leek het mij interessant en uitdagend om onderzoek te doen naar de mogelijkheden op export. Op dit moment wordt de import milkrun truck namelijk gelost bij de expediteur en rijdt deze leeg terug naar de afhandelaar. Het huidige milkrun concept bespaart al veel trucks, maar als export mee kan zal dit resulteren in een significante reductie truckbewegingen.

Gedurende de oriënterende fase van het onderzoek was het belangrijk om alle huidige Milkrun processen in kaart te brengen, aangezien export een verlengde is van de import Milkrun. Dit hebben wij gedaan door de processen bij beide afhandelaars te observeren. Tevens was het belangrijk om een goed beeld te hebben van de exportprocessen bij verschillende expediteurs. De connecties van ACN maakten het mij mogelijk om eenvoudig in contact te komen met verschillende bedrijven om op die manier de processen van expediteurs te analyseren.

Uit het onderzoek is naar voren gekomen dat een Supply Chain Control Tower zeer interessant zou zijn voor de deelnemende partijen. Deze Control Tower dient import en export van alle deelnemende partijen zo efficiënt mogelijk met elkaar te combineren wat zorgt voor een reductie in truck bewegingen bij de afhandelaar en de expediteur. Het is zeer uitdagend om dit concept te implementeren. Daarom dient er eerst gekeken te worden of de Milkrun op export werkt bij één afhandelaar.

In mei is er een pilot gestart tussen Menzies en Nippon om export vracht mee retour te nemen in het huidige Milkrun concept. Na de start van de pilot waren er een paar kleine problemen. Zo kwam het een enkele keer voor dat er geen import truck richting Nippon gepland stond terwijl ze wel export hadden. Dit is opgelost door een import truck door te laten rijden naar Nippon vanaf het dichtstbijzijnde los punt. Verder is deze pilot succesvol verlopen.

Het was voor mij een leuke en leerzame stageperiode. Het was leuk om te zien dat verschillende bedrijven geïnteresseerd waren in mijn onderzoek. Zonder deze enthousiaste bedrijven was de pilot nooit van de grond gekomen. Samen met mijn medestudenten, werknemers van ACN en bedrijven waar ik mijn onderzoek heb verricht heb ik een mooie tijd gehad. Bedankt!

Tom Hoogschagen, juni 2016

Sem

Sem van Es over eLink

Mijn opleiding Aviation Logistics aan de Hogeschool van Amsterdam heb ik afgerond met een afstudeerstage bij ACN met een lengte van vijf maanden. Het onderzoek begon in februari 2016 en was gefocust op eLink vanuit het perspectief van de afhandelaars op Schiphol. Dit project heb ik in samenwerking gedaan met twee andere studenten die het vanuit de perspectieven vanuit de vervoerders en expediteurs uitvoerden. Gezamenlijk was het doel om het gebruik van eLink te stimuleren door onderzoek te doen naar de huidige situatie en vanuit hier quick-wins en adviezen aan te dragen. Hierbij werd voornamelijk gekeken naar twee KPI’s, het percentage eLink aanleveringen van het totaal aantal ExAms en het eLink afhandelingspercentage bij de afhandelaar.

Het begin van de stage vereiste flink wat tijd om in te komen. Aangezien ik mijn vorige stage in een andere sector heb gelopen, moet ik nog veel leren over de luchtvrachtsector. Gelukkig kon ik dit snel oppikken met de hulp van mijn medestudenten.

Het onderzoek bestond vooral uit interviews en meekijken bij de bedrijven. Op die manier konden we de problemen vinden waar eLink mee te kampen heeft. Awareness en motivatie was het voornaamste probleem, naast de kleinere punten zoals hard- & software problemen en missende systeemfuncties.

Om de awareness te verbeteren hebben we bijvoorbeeld specifieke en zo kort mogelijke handleidingen uitgereikt en ook eLink cursussen gegeven. Om meer voordelen te creëren en zo de aanlevering en acceptatie van eLink te stimuleren is eAccept bedacht. eAccept omvat een multilaterale overeenkomst waarbij eLink het digitale alternatief wordt van de ACN bon en daarbij het rode draad in het aanlever proces. Hiermee kan eLink verder groeien richten de potentie die het systeem heeft.

Gedurende deze periode heb ik erg veel geleerd van de luchtvaartsector. Uiteraard leren we op school de theorie, maar met de praktijk erbij kun je de kennis veel beter relativeren. Het feit dat ACN met veel verschillende bedrijven door de gehele luchtvracht keten werkt en deze samen laat komen zorgde er onder andere voor dat we met veel bedrijven in contact konden komen en hier ook van konden leren.

Samen met m’n medestudenten en de mensen van ACN hebben we mooi resultaat kunnen boeken en bovenal een mooie tijd gehad. Bij deze wil ik hen dan ook bedanken voor deze leuke periode en uiteraard ook voor de kans om mijn opleiding bij ACN af te ronden.

Sem van Es, juni 2016

Jasper

Jasper Snels over Milkrun import proces

Ter afsluiting van mijn hbo-bachelor Aviation Studies heb ik de afgelopen maanden mijn afstudeeronderzoek bij ACN uitgevoerd. Het doel van het onderzoek was realiseren van een optimalisatie voor het huidige Milkrun importproces.

De eerste weken van de stage bestond voornamelijk uit het bekend worden met het concept van de Milkrun en het analyseren van de bijbehorende data. Voor het analyseren is het gehele Milkrun proces in delen opgedeeld waardoor er per deel van de keten naar afwijkingen kan worden gezocht. Hieruit kwam naar voren dat het proces waarin de Milkrun truck wordt gereed gemaakt veel tijd in beslag neemt en daardoor de gehele keten vertraagd. Om deze reden heb ik mijn onderzoek gericht op het fysieke proces bij de afhandelaar met betrekking tot het verzamelen van de vracht en deze in de Milkrun truck te laden.

Het onderzoek begon met het in kaart brengen van de stappen die benodigd zijn in het huidige proces om een Milkrun truck te laden door middel van een observatie bij de import van Menzies Aviation. Tijdens deze observatie waren voornamelijk de stappen die menselijk handelen of bewegingen benodigd hebben interessant. Ook was het belangrijk om met medewerkers te praten die dagelijks werken in het proces of zij bepaalde handelingen omslachtig vinden en of het huidige proces prettig werkt.

De Lean methode is een belangrijke methodiek voor dit onderzoek. Uit de analyse van het proces bij de afhandelaar is gebleken dat er een aantal stappen zijn die worden uitgevoerd maar geen direct effect hebben op het eindresultaat. Volgens de Lean methode horen deze stappen geëlimineerd te worden om zo een efficiëntere keten te creëren. Voornamelijk de bewegingen tussen vaste locaties in de loods, met als doeleinde het plannen van de truck, zorgen voor grote inefficiëntie. Door middel van het integreren van een handheld in het proces kunnen deze bewegingen worden geëlimineerd door het middel naar het proces te halen. Het is geschat dat deze oplossing tot wel één uur in het proces kan besparen.

Momenteel worden er nog aanpassingen gemaakt op het gebied van ICT waarbij Menzies’ loods informatie naar de Milkrun portal wordt doorgezet alvorens de handheld geïmplementeerd kan worden. Zodra de pilot begint kan de data worden vergeleken met de data van het huidige proces zodat de schatting van één uur besparing kan worden gecontroleerd en eventuele problemen die de integratie met zich meebrengt worden verholpen.

In de afgelopen maanden heb ik veel geleerd van mijn stage bij ACN. Je komt met veel verschillende bedrijven in contact wat erg leerzaam is om de gehele industrie te leren kennen. Daarnaast is de Milkrun een mooi, nieuw en uniek concept op Schiphol en ik vond het ontzettend leuk dat ik daaraan heb mogen meewerken. Tijdens de zomer zal ik samen met een andere stagiair van eLink de projecten Milkrun en eLink doorzetten en overdragen aan de nieuwe lichting studenten die in september zullen beginnen. Verwacht wordt dat de handheld implementatie deze zomer nog zal plaats vinden dus hierdoor kan ik de pilot zelf nog meemaken.

Jasper Snels, juni 2016

AAEAAQAAAAAAAAOXAAAAJDdmODhhY2FjLTczOGYtNDU2Ni04MjQxLThmMjE5MmQyMmI3NQ

Dirk Beenhakkers over eLink

Het laatste half jaar van mijn studie Aviation Logistics aan de Hogeschool van Amsterdam heb ik stage gelopen bij ACN. Als afstudeerder ben ik gekoppeld aan het eLink project. eLink is een al lopend proces dat het export aanleverproces papierloos maakt en optimaliseert. Dit project heb ik samen met twee andere afstudeerders gedaan. Ieder nam één sector voor zijn rekening, in mijn geval de vervoerders.

Door mijn vorige stage bij KLM Cargo ben ik in aanraking gekomen met ACN. Door de ervaring die ik daar heb opgedaan ben ik ook aan het eLink project gekoppeld. Bij KLM Cargo heb ik me bezig gehouden met het e-Freight project wat meerdere overeenkomsten heeft met eLink. Hierdoor had ik al de nodige ervaring in de luchtvracht. Ook Lisa Jane Hoole had al ervaring in de luchtvracht waardoor we de introductiefase sterk in konden korten.

Het onderzoek begon met het in kaart brengen van de huidige situatie van eLink bij de verschillende sectoren door middel van data analyse en praktijk onderzoek. Voor mij was het belangrijk om te zien wat de situatie bij de vervoerders is en hoe zij tegen eLink aankijken. Uiteindelijk is het ook heel belangrijk om te kijken naar het eindstation, de afhandelaar. Hierdoor is er veel samenwerking geweest met Sem van Es, die de afhandelaars voor zijn rekening nam.

Uit de huidige situatie analyse kwam naar voren dat het daadwerkelijke percentage eLink lager ligt dan gedacht. Daarnaast wordt ook maar de helft van alle eLink zendingen daadwerkelijk afgehandeld als eLink zending. Dit is natuurlijk een van de meest belangrijke redenen waarom de voordelen niet zichtbaar worden. eLink is geen prioriteit bij de verschillende stakeholders. Dit probleem hebben we aangestipt als meest belangrijke uitdaging. Door eLink weer prioriteit te maken en de kwaliteit van de huidige eLink zendingen te verhogen hopen we daarna een stijging in eLink aanlevering te zien.

Uiteindelijk is ervoor gekozen om het huidige eLink proces uit te breiden naar de loods. eLink heeft al de mogelijkheid om een zending te discharge in de loods. Dit houd in dat de overdracht wordt vervangen door middel van een digitale handdruk in plaats van de ACN bon. Bij WFS is dit al de huidige situatie dus het is niet geheel nieuw. Door het industrie breed via een multilaterale overeenkomst te implementeren hopen we een nieuw voordeel aan eLink te koppelen, meer awareness bij eLink zendingen te creëren en minder papier te gebruiken. Dit zal allemaal onder de noemer van eAccept vallen.

Op het moment van afstuderen zitten we nog in de pilotfase van eAccept. Bij WFS is het dus al mogelijk onder de voorwaarde die zij gesteld hebben. Menzies Aviation en KLM Cargo zullen de volgende afhandelaars zijn die zich aansluiten. Op korte termijn zullen we eAccept met alle drie de afhandelaars tegelijkertijd starten. Verschillende expediteurs hebben ook al aangegeven mee te zullen doen met eAccept zoals: Rhenus Logistics, DB Schenker en Blue Water Shipping.

Door stage te lopen bij ACN ben ik in contact gekomen met ontzettend veel mensen in de luchtvracht. Het heeft ervoor gezorgd dat mijn stageperiode leerzaam, leuk en enerverend is geweest. Je leert de hele industrie kennen en leert veel van elke verschillende sector. Tijdens de zomer zal ik samen met een stagiair van de Milkrun beide projecten doorzetten en overdragen aan de nieuwe stagiairs in september. eAccept zal hopelijk na de zomer daadwerkelijk gaan beginnen.

Ik heb dit half jaar veel geleerd en het is super om te eindigen met een concrete oplossing die we met het hele eLink team ook nog eens zelf mogen implementeren. Dit hadden we natuurlijk niet gekund zonder de goede begeleiding bij zowel ACN als de HvA. Hiervoor wil ik ze ook bedanken. ACN zorgt voor een fijne werkomgeving en ondersteunt overal waar nodig. Maar daarnaast verwachten ze wel zelfstandigheid waardoor je zelfstandig leert werken in de luchtvracht.

Dirk Beenhakkers, juni 2016

Student 1

Mark Vleij over IT platform

Voor de afronding van mijn opleiding Aviation Logistics aan de Hogeschool van Amsterdam, heb ik gedurende een periode van zes maanden een afstudeeronderzoek uitgevoerd bij ACN. Het doel van het onderzoek was het verbeteren van de luchtvracht keten op Schiphol door middel van een IT platform.

Gedurende de eerste periode van mijn stage zijn er wat moeilijkheden ondervonden. Dit was vooral te verklaren door het feit dat er geen duidelijke onderzoeksrichting bepaald kon worden. Naarmate het onderzoek vorderde en steeds meer informatie bekend werd, kwam er een duidelijk einddoel in zicht waar naartoe gewerkt kon worden. Om deze informatie te verkrijgen moesten vooral veel marktpartijen benaderd worden, waarbij het netwerk van ACN een uitkomst bood. Verder heeft ACN mij de mogelijkheid gegeven om andere luchthavens, zoals Brussels airport, Parijs Charles de Gaulle en Frankfurt am Main te mogen bezoeken, om te analyseren hoe processen elders verlopen en wat voor ontwikkelingen in IT platformen er hier te zien waren.

Uit het onderzoek komt naar voren dat marktpartijen graag standaardisatie, digitalisatie en transparantie in een ideale situatie terug zien komen. Verder moet het IT platform de neutraliteit en security garanderen, moet er meer competitie komen en liever geen monopolie. Als laatste punten werd genoemd de kwaliteit van data en dat de data die gedeeld wordt operationeel moet zijn. Hiernaast is het huidige platform Cargonaut vergeleken met andere communicatie platformen van andere luchthavens en zeehavens. Vergeleken met andere luchthavens loopt Cargonaut ver voor, maar zijn andere luchthavens wel bezig met ontwikkelingen, waarvan Cargonaut zou kunnen profiteren. Zo zijn andere platformen bezig met een social media concept, waarbij community’ s snel en gemakkelijk uitgebreid kunnen worden of waarbij een bedrijf met zijn account van het ene community platform in kan loggen bij een ander community platform, om data uitwisseling tot stand te brengen. De andere platformen zijn ook bezig om het autorisatie proces door bedrijven zelf uit te laten voeren, zodat bedrijven zelf kunnen bepalen wie welke data mag inzien. Een heel sterk punt  waar Cargonaut zich mee onderscheid ten opzichte van de rest is het “zelf reinigende proces” e-Link, waarbij de kwaliteit van data toeneemt. De laatste uitkomst van het onderzoek is dat het in de luchtvracht keten vooral gaat om samenwerken en vertrouwen, want technisch is het allemaal mogelijk.

Graag wil ik iedereen bedanken die tijd vrij heeft gemaakt om mij te helpen bij mijn onderzoek. Verder wil ik het team van ACN bedanken voor de gezellige periode en mogelijkheden die mij aangeboden zijn.

Mark Vleij, juli 2015

Student 2

Sytse Kamminga over vernieuwing luchtvrachtafhandeling

Vanuit de opleiding Aviation Logistics aan de Hogeschool van Amsterdam, heb ik het afgelopen halfjaar mijn afstudeeropdracht (met succes!) uitgevoerd bij ACN. Het eerste doel van het onderzoek was het ontwikkelen van een concept voor een nieuwe indeling van de afhandelingsprocessen van luchtvracht op Amsterdam Airport Schiphol en hierdoor de luchtvracht keten te verbeteren. Ten tweede moest onderzocht worden of de voorspelde capaciteitstekorten op de eerste-linie afhandeling van de luchthaven tot 2040 verholpen worden door implementatie van dit concept.

De afstudeerstage bij ACN was voor mij beide uitdagend en leerzaam. Ik heb tijdens deze stage veel over de luchtvrachtketen in nationaal- en internationaal opzicht geleerd en ik denk dat er binnen dit werkveld veel mogelijkheden zijn om de tijdens mijn studie opgedane kennis toe te passen. De grote uitdaging voor mij tijdens de afstudeerstage was de zeer brede opzet van het onderzoek. Wat achteraf gezien logisch is gezien dat ACN als brancheorganisatie met een brede blik naar problemen binnen de luchtvracht moet kijken. Om dit mee te nemen in mijn onderzoek is als hoofd-onderzoeksmethode open interviews gekozen. Hierin bood het netwerk van ACN een goede uitkomst voor een stagiair om de benodigde partijen te benaderen.

Gedurende de stageperiode heeft ACN het ook mogelijk gemaakt om op Europees niveau de verschillende nieuwe afhandelingsconcepten op “concurrerende” luchthavens te onderzoeken. Hieruit kwam naar voren dat in Nederland de verschillende partijen qua samenwerking en ICT voor lopen. Maar, ook op de luchthavens Brussels Airport, Paris Charles de Gaulles en Frankfurt am Main zijn interessante ontwikkelingen gaande.

Door de brede opzet van het onderzoek duurde het even voordat ik tot een concept kwam om uit te werken, wat voor enige vertraging zorgde. Echter toen ik gefocust onderzoek kon gaan doen op één onderwerp kwam er vaart achter. Als concept is onderzocht of het mogelijk is om op grote schaal expediteursbedrijven in een gecentraliseerde locatie direct vanuit hun warehouse toegang te geven tot airside, zoals Rhenus Logistics en Panalpina op dit moment al toepassen. Op deze manier (waar mogelijk) de eerste-linie loodsen omzeilen en de afhandelaar de vracht direct bij de airside grens aan het warehouse van de expediteur op te laten halen. Dit betreft alleen de vracht die volledig geconsolideerd is op ULD’s. De grootste uitkomst van het onderzoek is het conceptuele framewrok van dit concept, dit framework bevat alle randvoorwaarden voor dit concept. Deze randvoorwaarden zijn vastgesteld door middel van literatuuronderzoek en een analyse van de afgenomen interviews met partijen van alle sectoren binnen ACN.

Een tweede uitkomst van het onderzoek is een analyse van de voor- en nadelen die voortkomen uit de implementatie van dit concept. Uit het onderzoek blijkt dat als expediteur een kostenvoordeel behaald kan worden op de On Airport Transport (OAT) kosten, dit doordat levering van geconsolideerde vracht via airside vele malen goedkoper is dan via landside. Dit kostenvoordeel moet echter opwegen tegen de hogere kosten van een warehouse met airside toegang. Uit voorlopige case studies blijkt dat bij een hoog percentage geconsolideerde vracht en een grote schaal van operatie op de luchthaven de verlaging in OAT kosten de verhoging in warehouse kosten kunnen opheffen.

De laatste uitkomst van het onderzoek betreft de voorspelde capaciteitsproblemen in de eerste-linie afhandeling van de luchthaven. Het concept is, op zichzelf, niet voldoende om de capaciteit op de luchthaven in zoverre te vergroten dat er tot 2040 geen tekorten ontstaan. Echter na de implementatie van het concept kunnen voordelen behaald worden voor de gehele luchtvrachtketen op de luchthaven. Dit door de druk van groeiende vrachtvolumes op de eerste-linie loodsen te verminderen en kosten- en doorlooptijdvoordelen te behalen voor expediteurs die meegenomen zijn in het concept.

Ter afsluiting wil ik graag alle deelnemende bedrijven en mensen bedanken voor de bijdrage aan het onderzoek en het team van ACN voor de afstudeermogelijkheid, gezelligheid, professionele begeleiding en het uiteindelijke behalen van mijn diploma!

Sytse Kamminga, september 2015

X